De verzekerde som van een kerk stijgt jaarlijks mee met een index. Daarmee is nog niet vastgesteld of de onderliggende herbouwwaarde volledig en passend is. Een niet opgenomen torenonderdeel, een gewijzigde installatie of een andere afspraak over herstel wordt door een prijsaanpassing niet alsnog beoordeeld. Voor kerkbesturen en beheerders van monumentaal religieus erfgoed begint een bruikbare verzekeringswaardering daarom bij drie vragen: welk object is gewaardeerd, welk herbouwscenario is aangenomen en hoe sluit dat aan op de polis?
Wat speelt er?
Indexering past een eerder vastgesteld bedrag aan aan een gekozen prijsontwikkeling. Dat is nuttig om de tijd tussen waarderingsmomenten te overbruggen. Donatus beschrijft bijvoorbeeld een eigen index voor kerken en monumentale gebouwen. Zo’n index is echter geen nieuwe opname van het gebouw. Een wijziging in omvang, uitvoering of gebruik vraagt om een afzonderlijke beoordeling. Zie de toelichting op de indexering van religieuze gebouwen bij Donatus.
Ook de keuze van een index verdient aandacht. De CBS-inputprijsindex voor nieuwbouwwoningen volgt loon- en materiaalprijzen voor woningbouw. Onder meer materieel, algemene kosten en winst en risico vallen buiten die reeks. Daaruit volgt dat deze index niet zonder nadere onderbouwing de volledige kostenontwikkeling van een monumentale kerk weergeeft. Een passende prijsreeks en een volledig omschreven gebouw zijn twee verschillende voorwaarden voor een bruikbare actualisatie. Zie de CBS-toelichting bij de inputprijsindex bouwkosten.
Wat betekent dit voor de waardering?
Marktwaarde en herbouwwaarde beantwoorden verschillende vragen. Marktwaarde gaat, kort weergegeven, over een veronderstelde verkoop op de waardepeildatum onder zakelijke omstandigheden, met goed geïnformeerde partijen die zonder dwang handelen. Dat volgt uit het Reglement Definities van NRVT. Een beperkte kopersmarkt voor een kerk maakt het opnieuw realiseren van haar bouwkundige onderdelen niet vanzelf goedkoper.
Bij herbouwwaarde moet eerst duidelijk zijn wat opnieuw wordt gebouwd. De RCE hanteert voor de instandhoudingssubsidie een benadering waarin constructie, materialen en detaillering van het monument terugkomen. Die omschrijving onderstreept waarom alleen inhoud of vloeroppervlak onvoldoende informatie geeft. Het gaat hier om een subsidiecontext: neem niet zonder controle aan dat een verzekeringspolis exact dezelfde uitgangspunten gebruikt. Zie de RCE-uitleg over herbouwwaarde bij een subsidieaanvraag, onderdeel 7a.
Voor een verzekeringswaardering behoren de omschrijving in de opdracht, de berekening en de polis op elkaar aan te sluiten. Noteer daarom de waardepeildatum, de opgenomen gebouwdelen, de aangenomen uitvoering en eventuele uitsluitingen. Een taxatiebedrag beschrijft een waarde volgens gekozen uitgangspunten; het is op zichzelf geen toezegging dat iedere schade voor dat bedrag wordt vergoed.
Welke factoren zijn van belang?
1. De afbakening van gebouw en onderdelen
Maak de inventarisatie controleerbaar. Beschrijf kerkzaal, toren, aangebouwde ruimten en afzonderlijke bijgebouwen herkenbaar en koppel ze aan tekeningen en foto’s. Leg bij orgels, luidklokken, uurwerken, kunstwerken en losse inventaris vast in welke waardering en verzekeringsrubriek zij worden behandeld. Het praktische doel is dat een onderdeel niet tussen twee inventarisaties wegvalt of onbedoeld dubbel wordt geteld.
Splits bijzondere onderdelen waar nodig uit: natuurstenen profileringen, glas-in-lood, gewelven, leibedekking of een houten kapconstructie. Vermeld welke hoeveelheden zijn gemeten en welke zijn aangenomen. Laat een niet bereikbare ruimte als onzekerheid terugkomen in het rapport, met een voorstel voor aanvullende opname. Een algemeen kengetal wordt beter toetsbaar wanneer duidelijk is voor welke onderdelen het wel en niet is gebruikt.
2. Hersteluitgangspunten en monumentale eisen
Een monumentale status vraagt om aandacht voor toegestane ingrepen. Voor rijksmonumentenactiviteiten geldt een vergunningplicht met uitzonderingen, waaronder bepaald regulier onderhoud zonder wijziging van de relevante uitvoering. Dat betekent niet dat ieder herstel vergunningplichtig is, of dat na iedere schade volledige reconstructie wordt verlangd. Bespreek het concrete scenario en eventuele voorschriften met de gemeente. Het overzicht van IPLO over rijksmonumenten beschrijft het kader.
Werk in de kostenopbouw vervolgens uit wat het gekozen scenario betekent. Denk aan specialistisch handwerk, bereikbaarheid voor een kraan, steigerwerk rond een toren en bescherming van behouden onderdelen. Onderbouw een toeslag met de werkzaamheden die zij dekt. Een algemeen percentage voor monumentale complexiteit maakt niet zichtbaar of dezelfde kosten elders al zijn meegenomen. De achtergrond van dit soort objectvragen staat bij Historisch & Monumentaal Vastgoed.
3. Bijkomende kosten en de polis
Maak naast de bouwkundige begroting een overzicht van architecten- en advieskosten, onderzoeken, sloop- en opruimingskosten en noodvoorzieningen. Noteer per post of deze in de waardering is opgenomen, apart moet worden begroot of nog moet worden afgestemd. Leg ook vast hoe btw is behandeld. Zo ontstaat een concrete bespreeklijst voor taxateur, eigenaar en verzekeringsadviseur.
De dekking kan per kostensoort anders zijn ingericht. De bijzondere voorwaarden Zakelijk Religieus van Donatus, versie BV-ZR2022, onderscheiden bijvoorbeeld vergoedingen voor opruiming, archeologisch onderzoek en noodvoorzieningen, met eigen voorwaarden en grenzen. Dat is een voorbeeld uit één product, geen algemene regel voor alle kerkenpolissen. Controleer steeds de voorwaarden en aanvullingen die daadwerkelijk bij de eigen verzekering horen.
Wat betekent dit in de praktijk?
Een fictief, vereenvoudigd voorbeeld: een kerk krijgt een nieuwe verwarmingsinstallatie en een uitbreiding van de ontmoetingsruimte. De verzekerde som wordt volgens de bestaande afspraak geïndexeerd. Die vermenigvuldiging laat niet zien of de nieuwe installatie en uitbreiding in de oorspronkelijke inventarisatie staan. De eerste stap is dan het vergelijken van de oude objectomschrijving met de uitgevoerde werkzaamheden. Pas daarna kan worden beoordeeld welke aanvullende waardering en polisaanpassing nodig zijn.
Een bruikbare bestuurlijke controle bestaat uit vijf stappen:
- Leg stukken naast elkaar. Verzamel taxatierapport, polisblad, voorwaarden, tekeningen en een overzicht van wijzigingen sinds de laatste opname.
- Controleer het object. Laat nagaan of alle bedoelde gebouwen, installaties en bijzondere onderdelen herkenbaar zijn verwerkt.
- Toets uitgangspunten. Bespreek hersteluitvoering, peildatum, kostenposten en resterende onzekerheden met de betrokken deskundigen.
- Beoordeel de actualisatie. Vraag welke index wordt gebruikt, wat die volgt en of veranderingen aan het gebouw aanleiding geven tot een nieuwe opname.
- Leg afspraken vast. Laat de verzekeraar of adviseur bevestigen hoe de waardering, verzekerde som en eventuele bescherming tegen onderverzekering samenhangen.
Een taxatie biedt niet automatisch onbeperkte bescherming tegen onderverzekering. In de algemene voorwaarden AV-2022 van Donatus hangen de bepalingen daarover onder meer samen met de voortaxatie en de geldigheid daarvan. Vraag daarom naar de werking binnen de eigen polis, in plaats van uit te gaan van een algemene garantie. Er bestaat evenmin een hieruit af te leiden, universele termijn waarbinnen iedere kerk opnieuw moet worden getaxeerd.
Conclusie
Indexering kan een goed onderbouwde herbouwwaarde actueel helpen houden. Zij vervangt de controle op het gebouw, het herbouwscenario en de verzekeringsafspraken niet. Voor een kerkbestuur is de belangrijkste vraag daarom of het actuele gebouw nog overeenkomt met het object dat destijds is gewaardeerd. Bij afwijkingen of onvoldoende vastgelegde uitgangspunten is nader onderzoek zinvol. Lees meer over de aanpak van herbouwwaarde en verzekeringswaarderingen.